Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<75

Nauwlijks was hij hier gezeten, of het was* als of de geheele kamer, met al wat daarii; was, met hem rond draaide. Hij wilde van zijn ftoel op Haan, d9ch dit was hem ondoenlijk Toen hij het -nog eens beproefde, en wederom wilde gaan- zitten, geraakte hij bezijden de ftoel, en viel met zijn hoofd tegen de kant van de tafel, zodat hij een groot gat in zijn hoofd kreeg. — Door het geraas, het welk hierdoor veroorzaakt werdt, kwamen zommigen tocfchietcn. — Gelukkig was de wonde niet diep. — Nu. werdt hij ook misfelijk, en moest overgeven. — Men bragt hem te bed, en gelukkig geraakte hij, geheel vermoeid, in flaap. Bij zijn ontwaaken, had hij eene verbazende pijn in het hoofd, ook deedt hem de won» de aan het hoofd, vrij zeer. — Zijne zuster kwam bij hem, en. vroeg naar zijn .welfiand. — Ach, lieve mietje! was het antwoord, ik ben geheel niet wel. —i Ach ! die lelijke wijn: drink toch voosal geen wijn. Neen, zeide mietje, ik zal niet ligt wijn drinken, en ik ben zeer verheugd, dat ik dezen middag geen wijn geproefd heb. Nu zult gij wel moeten te huis blijven-, weet gij wel, dat wij heden nog naar buiten rijden ? doch ik zal u liever gezelfchap houden. — Neen lieve mietje, zside gustaaf, neen gaat gij voor al mede naar A 4 _ bui»

Sluiten