Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 9 )

'Wanneer ik kinderen ontmoet, die ouder of verftandiger menfchen geduurig tegenfpreken, dan denk ik wel eens, dat ze ziek zijn. In kan het. mij nauwlijks verbeelden,, hoe een kind in goeden ernst kan denken , dat hij het beter weet, dan: andere, die ouder zijn dan hij. Zo veel diende. Ivj toch wel te weten, dat bejaarden meer ondervinding kunnen hebben, dan kinderen, die als> het ware eerst in de wereld komen kijken. ——— Verftandigen keuren het uit dien hoofde altijd in kinderen af, wanneer zij bij aanhoudenheid meer , bejaarden tegenfpreken. Wannter een kind (du* redenen zij) de volwasfencn tcgenfpreekt , dan zegt het met ronde woorden „ gij hebt er geen

„verftand van: i* weet het beter, ik ben

„ wijzer" — Hoe dwaas is dit. — Wanneer bejaarden zulk een verwaand gekjen eens lieten pa! looren, hoe ras zou hij niet, en tot zijne groote ïchade, ondervinden,, dat hij. nog zeer onkundig en onbedreven is.

Ik geloof niet, dat menfchen, die over zodanige kinderen zo denken, ten ecnemaal mistasten. JNogthands ben ik van denkbeeld, dat men hen eerbeklaagen , als befpotten móet. — De rede van 'hun gebrek kan geen ander zijn, dan dat ze o* ziek zijn, of ziek geweest zijn, en zich toen dat gebrek aangewend hebben. Met dat al ontken ik ■ A 5 • 1 nict

Sluiten