Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 14 )

vad. Dat weet ik wel, maai- moet er niet nog iets tegen dien tijd van buiten geleerd worden ? —

Beide kinders beloofden dit nog dien zelfden dag te zullen doen. — 't Is zeer wel, zeide de vader, indien gij dezen avond nog uwe les wilt opzeggen. Die dan zijne les kent, gaat mede, die ze niet kent, blijft te huis. —

Vol blijdfchap zouden zij nu aan 't leeren gaan: soph ie ns broeder maakte er terftond werk van, en voor den avond wist hij de fabel, die hij van buiten moest leeren, zo prompt als ooit. — Soph ie hadt wel is waar op dat iTond nog iets anders te verrichten , doch dit was van korten duur; zij zou zo beginnen haar les te leeren, toen iemand haare ouderen een bezoek kwam geven, — en s ophie wilde gaarn in dat gezelfchap zijn. — Haar moeder herinnerde haar aan de les, die zij van buiten moest leeren: —- ja, zeide sophia in ftilte,. die vijite zal wel niet van langen duur zijn — ik zal mijn les wel leeren.

Er verliep één geheel uur; moeder herinnerde haar wederom, sophia het is reeds vier uuren —— maar sophia verontfchuldigde zich op nieuw.

Kort daarna waarfchuwde moederbaar nog eens —; ja zegt ze, als ik Hechts één uurtjen heb, dan kan ik mijn les gemakkelijk leeren.

m obd.

Sluiten