Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

Zeg mij eens opregt, waarom wilt gij nooit gaarn met uw neef Hendrik en met zijn zuster WAheimine fpeelen?

, louize. Ja! Hendrik en Wilhelmine (zij floeg de oogen neder en zweeg.)

vad. Is 't niet zo, ze zijn zo fraai niet als Karei en Charlotte, met welke gij gcduurig fpeclt. Hendrik heeft een fchceve rug, cm dat eene onvoorzigtige meid hem liet vallen. Wilhelmine is bleek en ziekelijk', ook is zij ilerk gefchonden van de kinderziekte. Kunnen die kinderen dat gebeteren, dat zij niet zo gezond en frisch zijn, dat zij er niet zo wel uitzien ais Karei, Charlotte en gij ? — Nu — wat zegt gij hierop ? —

louise. Neen, dat is hun fchuld niet!

vad. En gij befpot hen echter uit dien hoofde zo dikwijls; overweeg het eens ernftig, of Hendrik het wel verdient, om zo van u uitgelagchen te worden. Gij 'weet zelf, dat hij zeer geprezen wordt, uit hoofde van zijne naarlligheid in 't gemeen, van zijne befcheidenheïd, en-vooral ook uit hoofde van zijne vorderingen op het klavier. • En wat kunt gij van Karei zeggen ? over wïen klaagt uw leermeester wel meer, dan over hem? Moet Hendrik hem niet bij aanhoudenheid helpen, wanneer lui wat goeds zal voor den dag brengen. — Kunt gij dit ontkennen?

B ,5 l o v 1-

Sluiten