Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 28 )

PE ONGELIJKE BROEDERS.

Wees zindelijk, mijn kindi gij hebt veel lof gewis, Als rein gezigt en hand, rein heel uw kleding is.

frans en ernst waren broeders, maar in zeden en gewoonten zeer verfcheiden. Frans, de oudfte van de twee, was altijd even net en zin. delijk; hij kon geene de minfte onorde en molligheid aan zijne klederen of 't geen hem verder toekwam, dulden. Ernst integendeel fcheen veel eer een beminnaar van dezelve te zijn.

Zo fpoedig Frans van zijn bed kwam, (en dooi> gaands was dit zeer vroeg) dan kleedde hij zich terftond; want des avonds lag hij zijne klederen zeer ordentelijk en op eene gevoeglijke plaats bij elkander , zodat hij ze 's morgens terftond wist

te vinden, zonder dat hij iets miste. -

Ernst werdt wel gelijktijdig met Frans geroepen, doch deze was dikwils reeds gekleed, wanneer hij eerst uit het bed ftapte, — Zelden dacht hij er om, om zich te wasfehen. Dikwils moesten zijne ouders hem, om hem befchaamd te maaken» openlijk bij de tafel door de meid de handen laten wasfehen. Zijne klederen lagen hier en daar in

<-e

Sluiten