Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ras er iemand tot dat einde kwam, liet hij heiniets afïchrïjven, om te zien, of hij hem zou kunnen van dienst zijn.

Op zekeren dag kwamen er twee jonge knaa» pen te gelijk. De Balliuw gaf aan elk iets afte» fchrijven. Beide waren zij hier mede bezig, toen de kleine Lodewijk, de zoon van den Balliuw, binnen tradt, om zijnen vader te begroeten.

Hij- zag beide knaapen , terwijl zij zaten te fchrijven: de een was zeer goed gekleed, ook was. zijn hair fraai opgemaakt; de ander had Hechts een gemeene rok aan , evenwel was*hij •zindelijk en net, doch het hair droeg hij regt neer gekamt. ,

,, Zult gij een van deze tot fchrijver nemen? „ vroeg Lodewijk in ftilte aan zijn vader.

„ Misfchien; zeide de vader , indien pen van beiden zo goed fchrijft als ik het begeer."

De vader zondt hierop Lodewijk naar. binnen, om iets voor. hem te haaien. Toen hij na eenigen tijd terug kwam , waren beide knaapen vertrokken ; de Balliuw -was juist bezig om hunne fchriften na te zien.

Indedaad, (zo fprak hij half binnensmond, doch zo , dat Lodewijk het verftaan kon) die knaap fchrijft al zeer goed,

Wie dan ? .vroeg Lodewijk.

De

Sluiten