Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 36 y

Eens kreeg zijn vader een bezoek van een zeer vermogend man. Lodewijk hadt hem nog niet gezien , dus vroeg hij , wie bij zijn vader was? — M«n antwoorde hem, dat het waarichijnlijk een man van aanzien moest zijn, naardien hij fraai gekleed was, in een fraaie koets met vier fraaie, paarden was komen rijden;— Hoho! zeide Lodewijk, wie weet of dit ook al niet een feisje is.

Voor dit maal flocg Lodewijk de bal niet mis ? want die aanzienlijke'man hadt wel veel geld maar weinig verftand, en uit dien hoofde werdt hij ook van verftandigen weinig geacht. —-

Eenigen tijd daarna deedt de vader aan Loden>ijk dat boek prefent, waar uit hij die fabel ge. lezen hadt- Zo ras hij het in handen kreeg was zijn eerfte werk, dat hij die fabel opzocht en herlas. Thands ftondt hij over zich zelf verwonderd , dat hij toen zo dwaas geoordeeld hadt. Cndertusfchen vielen die regels:

Die fchoon gekleurde veders toonen Dat dit de milde zanger is.

bijzosdcr onder zijne aandacht, Eij, dacht Hij,

er

Sluiten