Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 46).

Zijne ouders werden met den tijd dit ontwaar, cn deeden allé moeke, om hem zijne belachelijke vreesachtigheid te ontnemen ; dan dit baatte weinig. — Eens floot zijn vader hem op in een donkere kamer, doch toen maakte hij zulk een vreeslijk gefchrecuw, dat men fchadelijke gevolgen moest duchten, en dus liet men hem los.

Men zocht hem dan langs een anderen weg van dit zwak te genezen, door hem ten toon te nellen. Men bragt deze en gene kleine kinderen bij hem, liet ze één voor één in een donkere kamer gaan, waarin ze een geruimen tijd en zeer gerust verwijlden. Pan fpoorde men hem hiarj toe insgelijks aan, doch te vergeefsch, men kon er hem nooit toe bewegen, om hun voetfpoor te volgen.

Hij was omtrend agt jaaren oud, toen een arm vriend en bloedverwant van zijn vader ftierf. Die liet een zoon na, met naame Georg, die doorzijn armen, doch braaven vader, tot in het negende jaar opgevoed • was. De vader van Hartig nam dit arme kind op, omdat hij van deszelfs braaf karakter overtuigd was; en Georg werdt dus zijn fpeelmakkcr en geduurige gezelfchapper. De jonge Hartig loerde zeer veel goeds van hem, want Georg deedt veel moeite, om hem genoegen, en tevens een goed voorbeeld te geven. Vooral deedt hij zeer zijn best, om hem die vreesachtigheid af-

te'-

Sluiten