Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C Sl )

gefloten, en hef koude zweet ftondt op zijn voor. hoofd — Zijne vrouw vroeg hem, wat hem fcheelde, doch in plaats van antwoord te geven, zeeg hij van de fktsi, en zou voorzeker gevallen zijn, hadt zijn vrouw hem niet in haare armen gevangen. — Zij riep om hulp; Georg en haar zoon kwamen terllond, anders was er niemand :— want de tuinier was te ver af; ook ilicp hij reeds. Ach ! lieve God! riep zij, help ons toch ; kinders, vader krijgt eene beroerte, wat zullen wij nu beginnen ?

Terftond boodt Georg zijn dienst aan, om uit de ftad den Geneesheer te haaien.

Weet gij waar hij woont ? vroeg Hartigs vrouw; doch dat weet gij wel, mijn kind — gaa met Georg, en wijs hem- den weg. — Gaat, loopt, kinderen, zo fpoedig gij kunt , eer uw vader fterft.

De jonge Hartig greep in de eerfte gelegen, heid naar zijn hoed. Georg vatte hem bij de hand, en wilde met hem de deur uitgaan, doch nauwlijks komt hij buiten, of hij begon luid te fchreeuwen. — Neen, zegt hij, neen ik kan niet medegaan, — het is zo duister, en wij moeten over het kerkhof. — Eer Georg tijd hadt om hem te antwoorden, was hij reeds weder te rug bij zijn. moeder in de kamer; Georg liep hem na, ba.lt D 2 iineek-

Sluiten