Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 59)

hartig zijne fchuld beleden hebben. — „ Dat is „ uw fchuld," riep zijn geweten. — Evenwel wilde hij weten, of het wel om die rede was; hij vroeg dan, waarom Jan buiten dienst geraakt

was? „ Om dat ik geen halftarrigen leuge-

„ naar in mijn dienst wil hebben!" was het antwoord van zijn vader op een ernftigen toon, diè Alolf door merg en beenderen drong. Zijn géweten zeide hem, Gij zijt die leugenaar, Jan is onfchuldig: Gij moet dit openlijk bekennen! — Doch wanneer hij dan zich te binnen bragt, dat zijn vader zo ftreng omtrend zijn knecht gehandeld hadt, voor wien hij anderlins zo veel génegenheid hadt, dan begon hij te vreezen, dat Zijn vader hem thands nog ftrenger zbii behandëlên, om dat hij de oorzaak was, dat hij Jan zo mishandeld hadt; en dan zweeg hij liever. EvenwcJ was hij noch gerust, noch vergenoegd en te vrcden. Het eten fmaakte hem niet, des avonds kon hij niet in ilaap komen, want altijd was de onregtvaardige handelwijs omtrend dien braaven knegt voor zijn geest. Zo fleet hij dagen achtereen, zonder dat hij zelf in ftaat was, om te kunnen bidden. Welk een ellendig leven heeft AJolf geduurende veertien dagen niet doorgebragt ? moesten de knagingen van zijne conleientie hem niet veel ongelukkiger maaken, dan de zwaarfta

ftraf,

Sluiten