Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 61 )

liefhebber van bloemen. Voor eenigen tijd zonctt een zeker vriend mij agt bollen van Hijacinthen, die uitftekend fraai waren. Ik kon de tijd nauwlijks verbeiden, tot dat ze begonden te bloejen ; ik zette dezelve op glazen , en had het genoegen om ze allen in vollen bloei te zien. Voor omtrend veertien dagen, deed ik met mijne huisvrouw eene pleifierreisje naar mijn bloeders buitenplaats; mijn zoon bleef met Jan alleen te huis. Bij onze wederkomst des avonds vind ik en glazen en bloemen op de grond liggen: de glazen waren gebroken, en de. bloemen waren door dien

val insgelijks vernield Niemand, buiun hem,

kon op die Kamer komen, geen hond noch kat; want Jan hadt de fleutel van de deur, en daarteboven Honden de bloemen op een plank die vastgefpijkerd was. Zeg mij nu, lieve vriend? wia anders, dan Jan, kon die bloemen van boven neer geworpen hebben?

cbneesh. En de bloemen zo wel als de glazen lagen bij uwe thuis komst nog op den grond» vad. Ja zij lagen nog even eens, zo als zij van boven neer gevallen waren, — Ik befchuldigde hem uit dien hooide regtftreeksch , dat hij er de oorzaak van was; doch hij lochende dit zo hardnekkig, en hieldt zich zo vreemd van het geval als of de zaak hem geheel onbewust was. Ik was

ZO

Sluiten