Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C«3-)

Wel mijn lieve vriend , .antwoorde deze , Trawaarheid uw vraag bevreemdt mij. Waartoe zuilenmeer bewijzen dienen; de zaak fpreekt van zelf.

geneesh. En met dat al, hoe vreemd en on ■ waarfchijnlijk het u ook mag vo'orkonn.n, ik hou Jan voor geheel onfchuldig. (.Met een wordt Adolf doodel'jk verlegen, de tekenen van angst en verlegenheid ftraa'den duidelhk door op ztjri gelaat.— De vader was zeer verwondert, en zweeg eenigen tijd , waardoor de Geneesheer gelegei heid kreeg, om er nog bij te voegen) in de daad lieve vriend ! Gij hebt grootelijks gedwaald. —

vad. Ik ben te zeer overtuigd van uwe vriendfchap, dan dat ik rede zou hebben, om het ten kwaade te duiden, wanneer gij mij, onfchuldig, van de grootfte onregtvaardigheid befchuldigdei. Doch zeg mij eens, hoe kan Jan onder zodanige omftandigheden nog voor onfchuldig worden gehouden ? Alles fpreekt tegen hem.

geneesh. Laten wij bedaard over het ftuk fpreken — {Adolf kon het intusfehen niet langer uithouden. Hij zeide aan zijne moeder, dat hij niet al te wel was, en verzocht de vrijheid, om van tafel te mogen gaan; dit werdt hem toege. ftaan, en hij ging heen , toen de geneesheer de

laatfte woorden fprak.) Wij kennen elkander

van veele jaaren herwaards, ik weet gij zijt een'

braaf

Sluiten