Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «4 )

braaf menschlievend man, van wien ik het-minst van allen verwacht, dat hij één eenig mensch, ik laat ftaan een onfchuldigen zou mishandelen : en gij kent mij er voor , dat ik niet onvoorzigtig genoeg ben, om iets Heilig te beweeren zonder grond.

vad. Ik ben begeerig^ om de redenen, welke

gij voor de onfchuld van'Jan hebt te hooren.

geneesh. En ik ben niet in ftaat, om u, al-

tans voor tegenwoordig, mijne redenen te zeggen.

Ik cisch, wel is waar, veel van u, doch dit kan niet anders; ik moet u thans verzoeken, om mij, in een zaak, die u zo geheel onwaarfchijnlijk voorkomt, op mijn woord te geloven.

vad. En kunt gij mij dan niet één bewijs zeggen ? — Indedaad, in alle andere gevallen zou het mij oneindig gemakkelijker vallen , om aan uw woorden geloof te geven; — doch hoe zal ik mij in dezen gedragen ? '.

geneesh. En wanneer ik u thands op mijn woord van eer verzeker, dat ik mijn zaak zo ze-

ker ben, als ik weet, dat het dag is, zult gij

mij dan niet geloven? In andere gevallen weet ik, dat gij op deze verzekering een volkomen vertrouwen fielt.

AMfs vader badt zijnen vriend, zo fterk hij kon, om hen toch eene opheldering te willen geven.

Hij

Sluiten