Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C?8)

de rede daarvan: gij weet nu, wat u te doen

ftaat, en dus geen woord meer hiervan. ■

Jansje ging heen, om haare traanen te verber. gen. Haar moeder moest juist dien dag uit 0p een bezoek bij ééne haarer vriendinnen: zij ging daarop in een hoek van de kamer zitten en weende langen tijd. — Barbertje, s de meid, komt in het vertrek: en vindt haar nog huilende. Hoe zegt ze, gij huilt? wat fcheelt er aan? wie heeft u kwaad gedaan ? — Mag ik het weten ?

Ach, zegt Jansje, laat mij te vrede; gij kunt' mij toch niet helpen.

barb, Eij? wie weet dat? — Juffrouw St■phia, bij wier ouders ik te vooren gediend heb, zeide het mij altijd, wanneer haar iets fchorte, lieve Barbertje,zeide zij dan, denk eens, hoe het mij gaat: weet gij geen raad? en dan zou het niet goed geweest zijn, indien ik geen raad hadt weten te geven.

jansje. Ik heb u reeds gezegd, dat gij mij niet kunt helpen; laat mij te vrede.

barb. Nu, dan zal ik liever uw moeder roe. ï^en; die zal u dan misfchien kunnen helpen. -Zég eens ....

jansje. Nog moojer! — ja, mijn moeder! —

barb Die is toch wel geene oorzaak van uwe droefheid?

jans-

Sluiten