Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 )

. jansje. Wie anders?

barb. Dat had ik nooit gedacht. — 't Is waar ze is ibmtijds wel wat fcberp, Menigwerf doet het mij leed, wanneer gij om beuzelingen zulke fcherpe verwijten krijgt. Zij moest ook billijk bedenken, dat Gij geene lompe boeren meid zijt.— Zulk eene fraaie bekoorlijke jonge Juffrouw — 't is waaragtig jammer.

Jansje begon nog meer te weenen. Och riep ze, mijn hoofd zal nog van een fcheuren zulk een pijn heb ik er in.

barb. Dat geloof ik wel. Uwe oogen zijn reeds rood bekreten. Wist ik Hechts, wat ik met u beginnen zou. Was dit Juffrouw Sophieovergekomen , ze hadt het mij reeds lang gezegd.

jansje. Ik durf het niet zeggen, , barb. Nu, dan wil ik het ook niet weten, 't Zal toch niet meer betekenen, dan dat gij te' huis moet blijven, wanneer uw moeder naar uwe Tante reist.

jaNsje. Neen, dat is het niet: ik zal imrnsrs.mede réizen.

barb. Nu, dan zult gij wel weder vrolijken Worden. Zag ik u thands Hechts niet zo be^ droefd. — Zal ik Juffrouw Lotjen haaien? Dan hebt gij iemand bij u tot tijdverdrijf.

jans»

Sluiten