Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 85)

harten te weenen. Lieve God! riep zij, hoe ongelukkig wordt men, wanneer men u niet gehoorzaam is. Ik arm kind, nu ben ik van die ondeugende meid volftrekt verftrikt en gevangen. Ik kan niet meer doen, dan zij hebben wil, en ik moet in alles haar gehoorzaamen. — Ik moet liegen, fteelen, — ach ontferm u, lieve God, en help mij arm kind. —

Zo fprak zij, en lag treurend en bekommerd haar hoofd in de handen, en overleide eenige minuten, wat zij doen wilde. Eindelijk fpringt zij op. „ Ja! ja! zegt zij, dat wil ik doen, al zou ik in ,geen msand met mijne ouders aan tafel eten , en al zouden ze mij in geen maand een vriendelijk gezicht geven, ja al zouden zij mij ook nog zo ftreng beftraffen; ik heb het immers verdiend: eindelijk zal het toch weder bedaaren, zij zullen zich laten bewegen, en mij weder hun lieve kind noemen! Dan heb ik toch weder een vrolijk en vergenoegd hart, dan kan ik vrijmoedig God bidden , dan kan ik mijne moeder blijmoedig onder de oogen zien. — Ja ik zal het doen, ik zal alles belijden. —

Terftond liep zij heen om haare moeder te zoeken. Zij ontmoet haar in de tuin. Zonder zich lang te bedenken, vloog zij naar haar toe, F 3 en

Sluiten