Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 94)

Ja 'k finaafc gewis meer vreugd, bekoorlijke eenzaamheid! Bij u , dan 111 den drom van dartele aardsgezinden,

Vaak hebt gij voor mijn h:rt een ftttfci vreugd bereid Die nooit in 't woest getier der ondeugd is te vinden. — Karei en Emilie waren beide zeer braave en ge-

hoorzaame kinders. Zelden behoefden hunne

ouders hun een verzoek afteflaan, want zij waren nooit onbefcheiden in hunne verzoeken, en wanneer hun het een of ander vermaak werdt ver'oorloofd, dan genoten zij het in maate. — Doch werdt hun iets afgeflagen, dan dachten deze kinders terftond; zeker zullen onze braave ouders weten , dat dit voor ons zeer fchadelijk zijn zou, want anders zouden zij het ons zeker toegeftaan hebben.

Eens werden hunne ouders b-j een vriend cp het land verzocht, zij konden hunne kinders niet met zich nemen, naardien in de wagen, Waarin Zij afgehaald werden, geen plaats voor hun was ; eene oude Tante bleef bij hen thuis. Voor dat de ouders wegreden, vroeg Emilie aan haare moeder: mogen Lotjen en Hendrik wel bij ons komen fpeelen ?

Dat kan ik u thands niet veroorlooven, zeide dé moeder, zoekt u liever zelf onder elkander te yermaaken, morgen komen wij weder' te ru°-.

KA-

Sluiten