Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(95)

•' KAH'Eti. Wel nu Emilie, "vader heeft ons tóch de vrijheid gegeven, om in de tuin te wandelen; wij zullen ons wel vermaaken. —

emilié. Dat is ook waar; dan kunnen wij ons tuintjen in orde maaken, èn wanneer vader en moeder dan te rug-komen, dan . . .

K A r e l. Ja ! dan zal vader blij zijn! niet war.r, vaderlief? —

■ va dei. Dat zal ik, lieve kinders, wanneer ik hoor , dat gijlieden' als braave kinders u ger dragen hebt.

' De ouders recden kort daarna af: Karei en EmiHe waren, tot aan haare wederkomst,, zo verblijd", dat zij er niet eens weder om dachten , dat zij Lotjen en Hendrik bij zich hadden willen heb*.

bén. Nu , zeide de. moeder, toen zij haare

kinderen weder ■ ontmoette-; zijt gij niet vergei. noegd en blijde geweest, al was het dat Lotje* en Hendrik niet bij ü geweest zijn?

ka rel. Och, daaraan hebben wij niet cenS weder gedacht: ja, moederlief gij zult eens zien; wat wij gedaan hebben.

moeder. Maar hoe kwam het u toch in uw hoofd, Emilie, om Lotjen en Hendrik bij u te ver. zoeken ? ——

emilie. Cmdat we alleen waren , en FHtsje met ons niet meer kon- fpeelcti. — '

- .moed.

Sluiten