Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 57 J!

uitnemend ; wat zijt gij vriendelijk lieve moeder !

moed. Ik hoop, dat Gijl. er zo veel genoegen in vinden zult, als gij er u van verbeeldt,

emil. en kar. O Ja, zeker. —■

Terftond zondt de moeder naar de ouders der beide kinderen, en in weinig minuuten kwam er berigt dat Hendrik en Lotje den volgenden namiddig komen zouden. — Wie was meer verblijd dan Karei en Emilie, Het eerst van hun leven viel hun de tijd lang, toen Hendrik en Lotje er 's namiddags ten drie uure nog niet -waren. Dan liep Emi. lie, dan Karei aan het venlter. Ziet gij niets? — neen !. —- Och! wat wordt het laat. — Ziet gij nog niets ?, — Neen —wie weet of zij in 't geheel wel komen. —— Eindelijk, ja, daar komen ze. Vol vreugde lopen zij hen te gemoet, ontfangen hen bij de deur en brengen hen docr den tuin in een klein prieel, waar de moeder eenig gebak en andere verfnaperingen hadt laten bezorgen, waarop zij hunne gasten konden onthaalen. — Emilie geleide Lotje , en Karei nam Hendrik bij de hand. Nauwlijüs waren zij eenige opgenblikken in het prieel geweest, of men begeerde, eer men iets ge», bruikte te wandelen. — —

Eij, z^de Lotje, die naast Emilie liep, Wat hebt Gij d-ar fraaie .bloemen. — Ach! riep Emilie G ipring

Sluiten