Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C S>S*)

fpting tog niet op het: bed. — Doch 't was al te laat. — Die moeten een fraaie geur hebben, zeide Lotje. — Ach pluk ze toch niet af zeide Emilie; dan Lotje hadt er reeds twee in de hand. O, zei. de zij, er zal toch wel zo veel niet,aan gelegen zijn. Ja maar, was het antwoord van Emilie, mijn vader heeft niet gaarn, dat wij iets afplukken. Met een' ging zij aan het werk, om het bed, waar op Lotje getrapt hadt, effen, te, maaken. — Wat doen gij daar, zeide Lotje, laat dat over voor den ^tuinman. Waar voor is die anders? —emilie. Mijn vader ziet dat ongaarn. — lotjen. Lieve hemel, hier mag men zich bn> kans niet verroeren. Neen — komt eens bij ons aan huis—mijn vader is ook wel knorrig, wanneer er een of ander gebeurd is — maar- wat kan dat fcheelen: hij weet toch niet, wie het gedaan heeft. —

emu. Ja maar dan mogt uw vader misfchien denken,. dat een ander het gedaan hadt ? —

UOT], Zo veel te beter voor ons. De tuinman, heeft zo vaak reeds knorren gehad , en dan lachen Wij er hartelijk om. —

emil. Neen, daar zou ik niet om kunnen Ia-

chen! Doch wanneer hij het nu eens aan uw

rader zeide, dat Gij het gedaan hadt?

lotj Ja daar zal hij wel op p^sfen: die is blij

Sluiten