Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ioo )

F.milit werdt dan bleek, dan rood toen Hendrik dit verhaalde. Waar is hij dan ? vroeg zij eindelijk.

hendr. Hij is daar bezig, om alle die prullen wederom in de grond zetten, kom, gaa maar eens mede, Emiliel Dan kunt gij het zelf zien: Ik mogt zelfs niet eens één kars afplukken. Dat betekende toch niet met al, niet waar ?

lotj. Ja, daar komt ge bij de drommel te biecht. Ik mag niet eens een bloem afplukken. (Nauwlijks hadt zij dit gezegd, of ze wierp die fraaie bloemen weg; t geen ze daar bij zeide, fchaam ik mij tc melden.) — Is 't niet zo Hendrik , wij leven er geheel anders mede ?

EM1L (Het woord opvattende, terwijl Hendrik wilde fpreken, zeide.) Het fpijt mij, dat wij u dit niet kunnen veroorlooven r mijn vader is altijd zo verheugd, wanneer hij een bloem ziet bloeijen, of de boomen vruchten dragen , en omgekeerd bedroefd, wanneer hij bloesfem of vruchten afgeplukt en vernield ziet. Kom, laat ons liever ia het prieel gaan, daar kunnen wij fpeelen.

he nd. Als we toch in de tuin niets beginnen kunnen, laten wij er dan maar van daan gaan. Maar wat zullen wij fpeelen ?

emil. Zeg toch, waarin Gij 't meest vermaak hebt. Mijn broeder heeft mij verhaald, dat Gij zo veele fpelen kende. h e n-

Sluiten