Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 112 3

niet voorzien had, dat ook hieruit ecnig voordeel voor u geboren zou worden. Gijlieden hebt nu geleerd, dat ik het altijd wel met u meen, al is het, dat ik u iets moet weigeren. Gij hebt gezien, dat men vooraf menfchen nauwkeurig moet leeren kennen, eer men moet wenfchen om met hun te ver peeren, en gij hebt nu, denk ik, proefondervinde. lijk geleerd, dat het om vergenoegd te zijn, „iet om 't even h, in welk gezelfchap men zich bevindt. — Of zoudt gij dikwiis zulke gasten willen hebben?

Neen! neen! riepen zij beide, liever blijven wij alleen.

>T IS AL GEEN GOUD, WAT ER BLINKT.

paul ging eens met zijn vader wandelen. Zij kwamen aan eene rivier, waar zij een man, met eene lange Hok in zijn hand, met een lange fnoer aan dezelve, zagen zitten. Dan eens hieldt hij dezelve in 't water, dan trok hij ze weder op, dan liet hij ze wederom neer. Paul verwonden» zich hierover, en wilde juist zijn' vader, die eene fchrede Vooruitgegaan was, vragen, wat dit betekende , toen de man een vischjen uit het water

op-

Sluiten