Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 114 y

■ eèr ik.een vischjen vong. Zie hier lieve jónge, ik neem een pier, of ook een ander wormpjen, of ook wel een ftukjen raauw vleesch van het hart van een os of koe, en ifeek dat op dit haakjen — men noemt dit de vischhoek—zo dat hetzelve daarmede geheel overtrokken is. Ziet gij , op deze wijze Cmet een toonde hij het hem.) — Daarop Werp ik de vischhoek in het water .wanneer er dan een WScfi voorbij zwemt, dan fnapt hij naar dien worm, of 't geen er anders op zit en dan trekt bij die hoek mede naar beneden: dan haal ik de fboer om hoog, waardoor de hoek nog dieper indringt. — Op die wijze vangt men de visch met den hengel.

paul. 5'aar waartje dient dan die pen, die op het water drijft ? —

visscher. Die is ook aan de fnoer vast, omtrend ééne el boven den vischhoek; deze dient ten einde de vischhoek niet tc diep zou daalenDe pennefchagt maakt, dat de hoek drijft. Ook zie ik daaraan, of er een vischjen aan den hoek is. — Zie hier, thands is er een aan den vischhoek. — Ziet gij hoe de ^ennefchagt zich beweegt ?

Met een trok de visfeher zijn hengel op, en Ziedaar, een vischjen zat aan den hoek vast, Toen Paul den visfeher voor zijne onderrech-

ting

Sluiten