Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C iiS )

tïng bedankt hadt, ging hij met zijn vader verder de wandeling vervolgen. —- Arme diertjens —> zeide hij in 't heen gaan.

vad. Gij beülaagt de vifchen,' waarom toch?

paul. Och, om dat die eenvouwige diertjens dachten, hoe lekker zij aan die wormen imullen zouden, en dit bekomt hen zo kwalijk..

vad. Zoudt gij van denkbeeld zijn, dat zij er aan bijten zouden, wanneer zij wisten, dat zij tevens in de hoek zouden bijten?

paul. Dan moesten ze wel gek zijn. — De visfeher verborg de hoek voorzigtig genoeg. —

vad. Hoe, wanneer ik u nu bij voorbeeld waar» fchouwe, deze of gene fpijs of drank is nadeelig, is ongezond en fchadelijk- voor u, — zoudt gij er dan wel gebruik vari maaken —? bij voorbeeld — gebak, dikke koek, of dergelijke fpijzen. —

paul. Dikke koek fm'aakt, wel is waar, zeer lekker ■—■ doch ingevalle ik wist, dat iets nadeelig was, en ik het wilde eten of drinken, omdat het lekker fmaakt, dan moest ik dommer zijn, dan de vifchen. -

vad. Hoedan?

paul. Omdat ik weet, dat het mij nadeelig is, en de vifchen het niet weten, dat die worm hun voorgeworpen 'wordt, om hen te vangen.

H 2 vad.

Sluiten