Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 121 )

jul. De jonge van de tuinman? ferd. Neen, onze knecht, en die leerde mij een aardig kunstjen.

jul. En wat was dat! Het zal fraai'j

zijn.

ferd. Och! altijd hebt gij argwaan. Juist dat wilde ik u toonen , en dan hadt gij het zelf kunnen zien , of het niet fraai is. Ik heb het reeds driemaal gedaan. Maar als gij geen fpoed maakt, kan ik geen kikvorsch meer vangen.

jul. Hoe? hebt gij dan kikvorfchen in de hand gehad ?

ferd. O! dat kan geen kwaad. Jan deedt het insgelijks, en er kwam hem niets van over! —Zie hier. (Hij toont haar zijne handen.)

jul. Foei! gaa weg? ik mag het niet zien.

ferd. Zie dan , ten minften, of ze morfig Zijn.

jul. Foei! Ferdinand, ik roep Papa!

De losfe knaap hieldt niet op met plaagen: hij kwam met zijne kanden telkens nader aan zijne zuster; Jalit badt en fchreeuwde, omdat ze niet kon ontwijken, tot dat haar vader, dit gefchreeuw hoorende, er bij kwam Wat is daar te doen, kinders ? vroeg bj , bij zijne intrede in de kamer,

Ferdinand verhaalde hem hierop het voorgevallene, »t Is juist niet fraai, zeide de vader tegen

H s J»'

Sluiten