Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c i23 y

jul Ja, vaderlief? ik geloof u wel, maar ze zien er toch zo lelijk uit.

vad. Dat beelt giju Hechts in, mijn kind;maakt dan een levendige kreeft eene betere vertooning ? En evenwel heb ik nog niet ontdekt, dat gij voor kreeften zo bang zijt.

jul. Ja maar, die kan men eten.

vad. En wanneer ik u nu verzeker, dat men ook van kikvorfchen eene goede fpijze kan bereiden ?

jul. en ferd. (te gelijk) van kikvorfchen?

vad. Ja voorzeker! Eerst doodt men ze,, en dan ihijdt men de lange achterbeenen af, en deze worden toebereid; er zijn veel menfchen die ze met finaak eten, en ze zelfs voor eene groote lekkernij houdan. —

ferd. Dat kan, dunkt me, toch niet lekker fmaaken.

vad. Wanneer gij ze Hechts ééns gegeten hadt, zouden ze u goed fmaaken. Ik heb ze meer dan eens geproefd.

ferd. Wel nu, wanneer ik niet wist, wat het was, dan mogt het gaan. - Gij zoudt er de proef eens van kunnen nemen, vaderlief?

vad. Dat zou ik kunnen doen, indien er.kik, vorfchen genoeg waren.

ferd,

Sluiten