Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 125 y

jul. Vliegen en muggen? dat had ik nooit gedacht. — En ook (lakken ? zulke kleine diertjens?

ferd. Vader meent misfchien die zwarte flak* ken, die op den weg kruipen.

vad. De zwarte zo wel als de andere foort^ die in hun huisjen kruipen.

jul. Maar zijn dan de Hakken zo fchadelijk in een tuin?

ferd. Ja! dat weet ik nog, toen wij de oude tuin nog hadden; herinnert gij u dat niet meer ? Vader hadt mij doperwten en boonen gegeven, die lag ik in den grond; ze kwamen vervolgends op, en waren fpoedig zo lang als mijn hand. — Doch toen ik eens wilde zien, of ze ook nog hooger groeiden , waren mijne fraaie erwten en boonent weg. Ik vond niet meer can de bloote fteel. Toen ik vader dit wees, toonde hij mij die zwarte diertjens, die op den grond kropen, en waar van er fommige nog aan de fleelen hingen. jul. Foei, die lelijke Hakken. — vad. Gij noemt ze reeds lelijk, omdat ze flechts een paar boonen en erwten fteelen kaal gegeten hebben, maar wat zoudt gij wel zeggen, wanneer gij zaagt, 't geen ik gezien heb, dat ze ganlche Akkers met boonen erwten of kool geheel kaal gegeten hebben ï

Sluiten