Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 126 )

\ JÜL| Maar hebt gij het dan ook gezien, vaderlief! dat de kikvorfchen de Hakken vangen? . vad. Ik heb het zelf niet gezien, maar ik weet zeker, dat het waar is. Kunt gij u nog herinneren , dat deze tuin uw oom toebehoorde ?

fsrd. Ja wel! Hij toonde ons geduurig die fraaie kappclletjens , wanneer hij ons een bezoek gaf: — weet gij nog, lieve Julie, hij hadt ze altijd op zijn hoed zitten.

. vad. 't Is goed, dat gij dat nog niet vergeten hebt. — Nu luistert dan — uw oom kon langen tijd geen kikvorfchen zien; zag hij er een, dan iloeg hij hem dood, of, indien hij geen Hok kon vinden, dan liep hij uit den weg. Toen hij dien tuin kocht, liet hij] al de kikvorfchen wegvangen, zo dat er geen één meer te vinden was. Maar Wat gebeurt er! Te vooren hadt men in dezen tuin de fraaïfte gewasfen, en vooral veel kool, alles wilde er uitnemend groejen; doch toen de kikvorfchen weg waren, werdt alles van de Hakken opgegeten. Hij kon niet begrijpen van waar die menigvuldige Hakken kwamen, daar ze er te vooren nooit geweest waren. De tuinman klaagde van jaar tot jaar daarover; hij zon dan op dit dan pp andere middelen; maar wat hij deedt, alles was te vergeefsch. Gij herinnerde u zo even, dat hij doorgaands kappelletjens aan zijn hoed hadt,zo

ging

Sluiten