Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *32 )

ftukjen koek afgenomen; dat wilde ik haar wederom ontnemen. en toen krabde zij mij. —-

moed. fk geloof Lotje, dat gij mij Hechts ten deele de waarheid zegt, en dat gij een en ander verzwijgt. Kom zeg bet mij nog eens.

Lotje vertelde daarop de geheele historie, zo als«ij zich toegedragen hadt. - Desniettemin eischte zij op 't laatst van haare moeder, dat zij de kat nog meer. zou beftraffèn, —

De Moeder zweeg eenigen tijd, en zag tevens Lotjen met een zeer ernftig geiaat aan. Eindelijk zeide zij. 't is mij lief, dat gij mij de zaak zo op. regt verhaald hebt, want nu. zie-ik, dat gij irt waarheid meende gelijk in uwe zaak te hebben. 1 lotje. Hebt gij mij niet gezegd, moederlief, dat het ongeoorloofd is iemand iets te ontnemen.' en echter heeft zij mij beftolen. —

moed. Ik heb u wel gezegd', dat-men niet iielen mag en dat een dief ftraf verdient; maar wist dat die kat? Lotje, kwam u daarbij niette binnen, dat dat dier geen verftand heeft? — Heb ik u, daar te boven, niet gezegd, dat het door. gaands alleen onvoorzigtige en ongeregelde menfehen zijn, die beftolen worden? — Waarom liet gij dat ftukjen koek bij de kat liggen. —

lotje. Ik wilde Hechts even naar de deur gaan , cm te-zien, wat daar te doen was, ~«

MOSö,

Sluiten