Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 137 )

Denkt gij dan, vroeg ik vervolgends,"dat die fpij$ nadeelig voor u is ?

Ha! antwoorde hij al lachende, anders zou mijnvader het mij immers toegeftaan hebben, om van dezelve gebruik te mogen maaken. Ik krijg alles van hem, en waarom zou hij mij dan zulk eene beuzeling weigeren! indien hij niet verzekerd was dat ze nadeelig voor mij zou zijn.

Ik niet Hechts, maar alle, die er tegenwoordig waren, prezen dien braaven knaap uit hoofde van zijn verftandig antwoord j en wie zou niet wenfchen, dat alle kinders zo dachten, — Dit heeft helaas! maar al te weinig plaats, cn uit dien hoof. de wil ik, ter waarfchouwing voor zodanige kinderen, die aan dit gebrek onderhevig zijn, eene gefchiedenis van een kleinen fnoeper verhaalen.

DE BESTRAFTE SNOEPER..

Mcnigwerf hadt men reeds aan den kleinen Frits gezegd, dat het zeer onvoegzaam was, wanneer' een kind juist alles wilde proeven, wat andere aten of dronken. — Alle dingen zijn u toch niet gezond, lieve Frits, zeide zijne moeder, en wanneer gij er u dan aan gewend, ohi altijd lekkerbeetjens \ IS «

Sluiten