Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 13»)

te fnoepen, dan loopt gij «iet Hechts gevaar om z ek te worden, maar gij kunt ook, groot wordende, daardoor u zelf bederven. - Ik heb, vervolgde de moeder, een knaap gekend, die zich van jongs op gewende, om te fnoepen; grooter geworden zijnde was dit hem tot eene gewoonte geworden, en toen kon hij het fnoepen niet laten. Ondertusfchen hadt hij geen geld genoeg om aller, lei fnoeperijen te kopen, en wat denkt gij, wat hij deedt? Hij beftal anderen, en voor dit geftolcn geld kocht hij 't een en ander. Doch eens werdt hij bij het ftelen betrapt, en teen werdt het hem op eene fchandelijke wijze betaald gezet; hij kwam ia het tugthuis.

Frits hoorde zodanige vóórhellen meer dan eens, doch wat men zeide , het baatte niet. Hij nam zich wel in acht, om in de tegenwoordigheid van aijne ouderen een of ander weg te nemen; maar naderhand haalde hij de geleden fchade wederom in, en fnoepte zo veel te meer. Ondertusfchen bekwam het hem niet altijd even goed.

Onder anderen hadt de meid eens een pot mei inelk in de keuken neer gezet, Frits ging de ken. ken voorbij, keek er eens in, en, niemand ziende, ging hij binnen, waarfchijnlijk om te zien, of cï niet een of ander te fnoepen was. De "melkpot yiel terftond onder zijne oogen. Hij bedacht zie':-

niet

Sluiten