Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 141 3

op ee& weinigjen komt het toch niet aan: ja,

rog eens, 't was al te lekker. Eindelijk, zijn leermeester kwam nog al niet, hij keert te rug„ en gaat naar zijne ouders.

Hier duurde het niet lang, of hij werdt zéér misfelijk: zijn aangezicht werdt zo bleek als een wit laken; het koude zweet droop van het voorhoofd noer. Hij begon luidkeels te huilen, zo dat zijne ouders met hem verlegen wierden. Wat fcheelt er aan, Frits? vroegen zij hem. Ach! zeide hij met een benauwde ftem — de

Heer Praceptor — ik heb , ■

Wat hebt gij ? vroeg de vader -r wat moet de Prtcceptor? fpreek toch! frits. Ach! ik heb iets gedronken? moed; Wat hebt gij dan gedronken, waar hebt gij dat van daan genomen ?■

frits. Bij de Heer Praceptor — ik weet rrietj. wat het was; — 't was wit van kleur ; het Itondt op de fchrijftafel.

moed. Ach, onvoorzigtig kind! — wie weefwat het is? wie weet hoe ongelukkig gij u gemaakt hebt? zeker heht gij bet heimlijk weg genomen.

frits. Och ja! hij was niet in de kamer, hijweet er niets van; zeg hem, bid ik u, toch ook? Biets. H0™~

Sluiten