Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C148 5

tadt hij hem ook, In de gefchiedenis van een jonge knaap , getoond , dat men een leugenaar flechtszó lang gelooft, tot dat men hem op onwaarheden' hce't betrapt. Weet men eens, zeide hij, dat. iemand zieh aan leugens fchuldig maaüt, dan gelooft men hem nooit' weder,- en zelfs dan niet, wanneer hij de waarheid fpreekt.

Deze les kwam Lodewijk thands te binnen, toen hij op zijn bed lag, zonder tc kunnen llapen. Nu. leerde hij de waarheid van zijns meesters les overruigend inzien, want nu ondcrvondt hij het in eigen perfoon. - 'r Was thands geen leugen, daar hij zeide ziek te zijn , en evenwel geloofde menhem niet. — Hoe zeer fpeet het hem nu, dat hU zo dwaas gehandeld hadt. Neen! dacht hij, worde ik weder gezond, nooit zal ik mij wederom aan onwaarheden fchuidig maaken. Hij badt God om. vergeeving van dit "kwaad, cn dat hij hem Wilde helpen, om-dit voornemen getrouwen ftandvastig uittevoeren — en korts daar op genaakte' bij ta Uaap.

Toen hij den volgenden morgen hoewel zeer laat, ontwaakte, vondt hij, dat zijn hoofdpijn bedaard, en hij over 't geheel genomen vrij wel was. Hoe gemakkelijk dit ook aan de eene zijde voor hem was, aan den'anderen kant hadt hij er dat nadeei van, dat zijn vader te meer in zija

denk

Sluiten