Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 152 )

nog levendig in gedachten, ja fommige zou ik zelfs woordelijk kunnen verhaalen. Ik wil er eens de proef van nemen, neemt gijlieden er genoegen in, misfchien verhaal ik dan in 't vervolg nog meer van dezelven. Intusfchen heb ik dit verzoek aan u; mijne lieve kleine lezers, dat gij vooral, eer gij verder leest, eene landkaart voor u legt, en gij wanneer gij onbekende naamen of woorden aantreft, uwe ouders of leermeesters vraagt, om dit voor u te willen ophelderen. Deze vier kleine kinders, welken vader Rederich dit verhaalde, verftonden dezelve meest alle , om dat ze reeds vaak verklaard waren. — Wanneer hun iets voorkwam, 't geen zij niet verltonden, dan vroegen zij terftond om opheldering, en dan werdt het hun terftond ge.

zegd, zo als gij hier en daar zult hooren. "

Zie hier de gefchiedenis.

Nu kinders! (dusbegon vader RodericK) ziet eerst hier! (Hij wees met het ftokjen de plaats op de landkaart aan, werwaards zij hunne oogen moesten wenden.) Hier, waar de elve in de noordzee ftroomt, cn dus aan den mond der Elve, ligt eene ftad, waarin zeer veel kooplieden woonen ; zij heet Olucijiadt: (Hendrik de oudfte van de twee

jon-

Sluiten