Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( ÏÖS )

'Zoudt gij het wel gelooven, dat de goede man-, toen hij al, wat hij na die groote onheilen nog overhieldt, bijeenzamelde, nauwlijks zo veel 'bezat, dat hij nog één jaar kon leeven'? Hij hadt alles verloren ; alleen hadt men uit medelijden hem nog eenig huisraad en klederen overgelaten : dit en omtrend driehonderd Gulden was al wat hij bezat. Zijn huis, zijn tuin, zijne goederen en bezittingen, alles met een woord moest verkocht worden, op dat hij zijne fchuldcn zou kunnen bc taaien. ——

- h e nd. Hadt dan een man, die zo rijk was* -ook fchulden ?

roder. Dat brengt de koophandel met zich-; de een neemt goederen van den ander , die hij op zijn tijd betsalt. Wanneer dan zijne fchuldenaars niet betaalen, 't geen zij hem fchuldig zijn, dan is hij ook niet in ftaat , om anderen weder te betaalen, 't geen hij aan hun fchuldig is,vooral wanneer hij dan door andere onheilen het overig gedeelte van zijn vermogen verliest. Dit was juist 't geval met dezen koopman; en dus zult gij nu kunnen begrijpen hoe het toeging, dat men hem al wat hij hadt, ontnam, en verkocht, om dus zijne fchulden te betaalen.

Dan laat ik voordgaan met u deze gefchiedenis te verhaalen. Toen hij zag, dat hij zo weinig L 3 ovet*

Sluiten