Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 169

Reien gehad, vorhaald, *t welk hem zo zeer trof, dat hij terftond befloot, om één van de twee zoons bij zich te nemen. Doe dien voorfiag, zeide hij tegen den waard, aan zijn vader: 't zou mij aangenaam zijn, indien hij mij Karei wilde mede geven : hij zal niet als een bediende, maar als kind in huis behandeld worden. Ik heb een zoon, mes dezen zal ik hem verder opvoeden, en alles laten leeren, wat tot zijn verder geluk in de wereld kan dienen? hij zal de vriend zijn van mijn zoon, en ik zal zo wel voor zijn toekomend beftaan zorgen , als voor dat van mijn eigen kind. -—■ Dc waard bragt terftond zijne twijffefngen in het hvdden: hij vreesde, dat Karei niet zou kunnen bc« fluiten, om zijn' vader te verlaten, al ware het,, dat de laatfte er genoegen in nam: — cn Willem zou hem toch niet bevallen: die knaap, zeide hij, is, jong zijnde, in de opvoeding bedorven, door dien men hem te zagt behandelde, en daardoor is hij geheel onkundig gebleven. —

Met dat al ging de waard den vader opzoeken, om dit voorftel te doen: dan 't viel juist zo uit, . zo als hij reeds voorfpeld hadt: hij deedt die moeite te vergeefs, zorder dat hij in zijn oogmerk kon flaagen. Karei vergezelde hem echter. Nog waren zijne oogen rood bekreten, omdat zijn vader hem hadt zoeken overtehaalen, om aan de be.

L 5 geer

Sluiten