Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 179 )

bert, en hier kreeg hij van alle kanten de beste getuigenisièn, alle verzekerden hem, dat de man niet door eigen fchuld in de laagte was gekomen. Dus was hij, toen hij hier aan huis kwam, reeds van alles onderricht, en kon terilond dien brief aan den ouden Heer ter hand ftellen. Deze brief was omtrend van den volgenden inhoud.

,, MIJN LIEVE NEEF!

Gij weet, dat toen wij de laatfle keer elkander ontmoeten, wij juist niet als vrienden van elkander gefchekien zijn. Ik had een vast voornemen genomen, om mij niet verder met u te bemocjen} en bij mijne terugkomst te Batavia trad ik met dat oogmerk in het huwelijk, om daardoor voor mij dat gemis van vricncifchap te vergleden. Dan ik ben zo gelukkig niet geweest, als ik wenschte; hoewel ik een gelukkig lot in mijne Echtgenoote getroffen heb, mis ik echter het genoegen van kinderen te hebben. Thands verneem ik uw onheil. Wilt gij, dat ik u onder-

fkuu, zendt mij dan uwe beide zoonen. Zij

zullen reeds zo groot zijn, dat zij die reis kunnen doen.. Ik zal hier voor hun zorgen. Wanneer gij mij dit blijk van vriendfehap en vertrouwen geeft, dan heeft de man , die u dezen oveihanM 3 digr,

Sluiten