Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 182 )

waagde het, om in zijne tegenwoordigheid over die zaak te fpreken. Doch eindelijk brak vader Robert dit frilzwijgen af. — Zonder twijfel ziet gij, mijn lieve vriend, hoe onverwacht de inhoud van deze brief voor ons is — dezelve ontroert ons min of meer. „Mij dunkt, ik mag uit uwe deelncemende houding befluiten, dat gij deze verlegenheid geensfins in ons nadeel zult uitleggen.— Befchouw mij, zo als ik ben, een arm,oud, zwak man, befchouw mijne kinderen en oordeel dan zelf.

De vreemdeling vatte hem bij de hand — wees onbevreesd — braave man! — Zeide hij, ik heb reeds volkomen berigt ingetrokken van uw perfoon: dit was mijn pligt, naardien ik u niet kende. — Thands ken ik u , en ik ken ook uwen bloedverwant in Oost-Indiën — die tevens uw wfend is: en ik weet dus, hoe ik mij in dit geval gedragen moet. De voorwaarde.waarop die voordeden u worden aangeboden, zijn, dit beken ik, zeer hard; doch indien gij tot deze opoffering kunt befluiten, dan ben ik u borg, dat uw vriend al, wat in zijn vermogen is, zal doen om uw en uwer kinderen geluk te bevorderen. Gij ziit thands ziekelijk, misfchien moet men de oorzaak daar van zoeken in die grieven, welke uwe rampfpoeden voor u hebben te wege gebragt.

Mis-

Sluiten