Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 184 )

nijvere, opregte fman, die flechts dat eene gebrek heeft, dat hij niet wil weten, iemand ooit onregtvaardig behandeld te hebben—Ik weet, mijn lieve Heer Robert, dat gij zelf een verfchil met met hem gehad hebt. Geloof mij, indien gij hem niet met ronde woorden en in het aangezicht hadt gezegd, dat hij u onrecht deedt, hij zou u die geringe fchade tiendubbeld vergoed hebben. xHij is er wel van overtuigd, wanneer hij iemand beledigd — maar hij wil niet, dat ardere het ook zullen weten. Houdt men dit in het oog, dan kan men met niemand beter overweg komen, dan met hem.

Op deze wijze gaf die vreemdeling een berigt van den Oost-Indifchen koopman, en verliet eindelijk de familie van Robert, met die belofte, van binnen eenige dagen tc zullen wederkomen.

Toen hij vertrokken was, zaten zij alle elkander aantekijken: niemand wilde de eerfte zijn , om zijne gedachten te zeggen. De vader zag wel in *t vooruit, dat dit een gefchikt middel zou Zijn, om zijne kinderen voor 't vervolg gelukkig te maaken, maar aan de andere zijde gevoelde hij ook, dat hij hét hem aangeboden geluk, uithoofde van zijn zwakken toeftand, niet lang meer Zou kunnen ftnaaken. Met dat al zou hij zich wel van zijne kinderen hebben willen fcheiden,

al

Sluiten