Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( '94 )

welk nog op het fchip was, zocht zich de een aan een plank, de ander aan de mast vasttehouden. Jntusfchen dreeven onze beide reizigers in zee, en werden hoog en laag door de golven geworpen; op den middag begon het weder te bedaaren, en tegen den avond ontdekten zij van verre eenig land, werwaards de wind ben heen dreef. — Geduurende dien nacht moesten ziechter nog op zee dobberen. Zij hadden, zolang zij van 't fchip geweest waren, geen fpijs noch drank genoten, en dus begonden ze honger en dorst te krijgen. — Een citroen, die Karei nog in zijn zak hadt, verkwikte hen eenigfins, bij gebrek aan water, en een paar fcheepsbefehuiten was hunne geheel evoorraad van fpijze. Den ande* ren morgen, waren zij nog nader aan .land — reeds ontdekten zij boomen, — zij kwamen al nader, al nader, en eindelijk werden zij door een golf op ftrand geworpen. — Met welk een fpoed ze nu van die baaien affprongen , waarop zij dus verre gekomen waren, kunt gij ligt vermoeden. — Van vreugde vergaten zij, om de. zelve aan land te trekken, en gaven ze aan de zee prijs.

Zo ras zij aan land waren , was hun eerite werk , dat zij God dankten voor de gelukkige redding — zo hadden zij nog nooit gedankt,

als

Sluiten