Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zij nu dankten — traanen van erkentenis ftroomden bij menigte uit hunne oogen. God heeft; ons wonderlijk bewaard , zeide Karei tegen Wil. lem, laat ons nu gerust zijn, dat hij ons verder-

kan en zal bewaaren.

Zo verre bragt vader Roderich de gefchiedenis op den twedcn avond. De kinderen hadden voornaamlijk op 't bats* zo ftil gezeten , dat het, fcheen als-of zij geen adem haalden. — Zo ras hoorden z;j dien gelukkigen uitflag, toen fpron. gen ze alle op van vreugde, even als of ze zelf in dat gevaar gjweest waren. —

En waar waren nu die twee broeders? vroeg Mina, waren zij alleen, of kwamen ze daar bij menfchen, die hen helpen wilden?

Dit zal ik u heden avond niet vertellen, zeide vader Roderich; — morgen zult gij hooien hoe

het verder afliep want bei grootst gevaar was

nu eerst voorhanden. Brandend van nieuwsgierigheid gingen de kinderen met gr jotvader te huiswaards. —

Vader Roderich was nog wel twee avonden met het verhaalen dezer gefchiedenis bezig. Doch op dat dit verhaaj met te omilagtig worde, zal ik N 2 den

Sluiten