Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C -97)

Intusfchen naderde dc nacht.- zij zochten eene flaapplaats, maar vonden er gestie. Karei vreesde wanneer zij op den grbtifl gingen liggen , n&sMt* van verfcheurendc dieren zouden worden overvallen. — Evenwel zij hadden het thands .vet in hunne keuze; zij legden zien dus neder, baden God om befcherming, en beloofden elkander, om bij afwisfeling wakker te zullen bli^en. Doch deze belofte vergaten zij al ras — vielen zij geheel vermoeid in flaap, en ontwaak-

het hoofd fcheen. - Fas waren z,j van de grond Verrezen, toen ze op 't onverwagst doe* meer dan twintig zwarten overvallen werden, d hc eer zï er om dachten, bonden en met zich voordHecpten. — Men ileepte hen naar den berg, dien zij den voorigen dag gezien hadden, ^legerden de zwarten zich, cn eerlang zagen Karei en Witim zich van meer dan honderd v*n £ Wt van menfchen omringd. Eerstr fa** zij onderling met elkander tc raadpleegen , wat t hun te3 doen. Eindelijk werden zij hct«nsmc„ gaf Karei en Willem allerlei vruchten, deze moesten zij eten. Toen dit treurig ontbijt^ was ging de reis verder landwaards in. Rc-as : 'het -r den middag, toen;ij bij een dere troep zwarten fc*M* , die in een krmg

Sluiten