Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i99 )

der reden, dat deze zwarten tot die wilde foort:n van menfchen behoorden , waarvan er nog fommige in Afrika zijn, die menfehenvlecsch eten: zij vreesden derhalven, dat zij Willem dooden en

opeten zouden. De zwarten zochten Karei

te vrede te ftellen, doch deze hieldt niet op met fchreijen, weigerde te fpeelen, en liep naar zijn broeder Willem, dien hij hartelijk omhelsde, ten bewijze, dat hunne handelwijs met hem de oorzaak was van zijne droefheid. — Dit was ook van dat uitwerkfel, dat zij Willem loslieten. -— Kort daarna kwam er nog een hoop zwarten. Een van hun ging voorop, deze fcheen de voornaamfte of het hoofd te zijn — naardien alle hem eene bijzondere eer bewezen. — Karei moest op de fluit blazen , en alle de wilden dansten en fprongen al weder. — D't duurde ruim één uur, toen men Kartl en Willem in het prieel bragt. Hier bleeven zij tct den avond, cn za 'en toen, dat de zwarten andere , door hun gevangen, zwanen braaden en opaten. — Beiden hadden,een afgrijzen van zulk eene maaltijd, en Willem omhelsde zijn broeder, die hem tot dus verre in het leven behouden hadt. — Toen het nacht werdt, werden zij beide los gebonden, en door twee zwarten bewaakt. Zij vielen ras in flaap. —

N 4 Kort

Sluiten