Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 200 )

Kort na middernacht werden zij door een luid gefchreeuw wakker gemaakt. Eerst wisten zij [niet wat het was. Eindelijk ontdekten zij, dat een andere troep de zwarten, bij welke zij waren, overvallen hadt, en dat zij met elkander hevig vochten. Eindelijk werden hunne zwarten overwonnen,jen namen de vlucht.— De anderen vervolgden hen, zo dat zij binnen kort geen mensen meer hoeden. — Karei en Willem fneden daarop de banden los, en fprongen op. —- Tegen het ?anbreken van den dag namen zij de vlugt, cn Karei hadt zo wel de plaats gemerkt van waar zij gekomen waren , dat zij tegen den middag reeds het firand bereikten, waar de wilden hen gevangen hadden.

Aan'firand gekomen zijnd? zagen zij van verre in zeeeenfehip. Karei dacht om die wolbaaien. Hadden wij die nog, zeide hij, dan konden wij op dezelve in zee gaan drijven, de wind en ftroom is thands van land af. Dan deze warrn reeds weg gefpoeld. Hierop klom hij op een boom, en iiet van daar een witte doek waajen. — De kapitein van dat fchip wilde juist met een verrekijker deze kust opnemen , cn zag dus die witte doek, en aan ftrand één man lopen. — Hij zondt daarop terftond de boot af, 't welk eindelijk onze -twee reizigers van ftrand afhaalde cn aan het fchip bragt.

Ras

Sluiten