Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bram daad, wlvoeri met vreugd» Baart alttos rust, m zielgeneugt.

Ltifette, een klein jong meisje, hadt nooit meet genoegen, en vreugd, dan wanneer zij anderen weldeedt, en vergenoegd kon maaken. Op ze* keren avond ftonai zij a<m do jeur van de tuin, toebehoorende aan de Ouders aan haare vriendin Julia. - Die tuin kwam op het veld uit. Eene welgekleede vrouw kwam langs de muur van dien tuin, met weenende oogen. Lifette zag haar; deelnemend in haare droefheid, vroeg zij, wat fcheelt er aan?

Gij kunt mij niet helpen, lief kind! antwoorda , de bedroefde vrouw \ — en met een wilde zij voord gaan. —

Eij, zeide Ufetts, Wie weet het; — indien Gij het mij zegt, kunnen welligt mijne Ouders u helpen , bijaldien ik u niet kan helpen.

De vrouw bleef ftaan, zag fA/etU vriendlijk A «ant TS

Sluiten