Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2 )

aan, — ja, lieve kind 1 zeide zij, Ouders, die zulk een deelnemend, goed kind hebben , moeten zelf deelnemend zijn. — Och!...

Lisett. Och! zeg toch, goede vrouw! wat deert u? Mijne Ouders aullen u zeker helpen. —

Vrouw. Ik, lieve kind! — ik zal het u zeggen — misfchien — (zij weende -bitter) Mijn

man is een Metfelaar.,g en reeds voor vijf weeken van huis gegaan...

Li se tt. Weggelopen?

Vrouw. Neen j niet weggelopen — Hij werkt vier uuren van hier, en beloofde mij, eer hij wegging, mij elke week iets van zijn verdiend loon te mllpn zenden. Drie weeken heeft hij dit getrouw gedaan, maar reeds fints veertien dagen, heb ik van hem noch taal, noch teken. Hij weet, dat ik zo veel niet verdienen kan, dat ik voor mij en mijne drie kinderen brood kan kopen , want onze beide jongde kinderen zijn ziek, dierhalven kan ik hen niet alleen laten , en bij anderen gaan werken , zo als ik anders plagt te doen. Zo even was ik bij de vrouw, wier man mij telkens het geld van mijn man medebragt, doch ook deze zeide mij, dat ook haar man in geen veertien dagen was thuis geweest. — Er was haast bij het werk, en dus moest er alle dagen, en zelfs zondags gewerkt worden ; uit dien hoofde kon nie-

mand»

Sluiten