Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 16)

•mfteld uit; zijn oogen waren rood; — elke trek »an zijn gelaat, tekende de ongefteldheid van zijn hart. Vrees, fchaamte en berouw, wisfelen beur. telings bij hem af. Hoe meer hij het vertrek haderde, waarin zijn vader was, zo veel te meer klopte ook zijn hart. Hij fiondt. een poosje voor de deur, eer hij dezelve' opende, — en thands tradt hij binnen — zijn vader zat aan de Lesferaar, eenige papieren zoekende,

„ Lieve Vader!" — meer kon hij, al fnikken. de, niet uitbraden.

De Vader zag hem — goeden morgen, lieve Frans! wat deert u? — waarom weent gij? — waarom komt gij niet nader bij ?

Fr. Ach! lieve, beste Vader! zijt toch niet te «eer geftoord op mij —; ik heb een misflag gehad — Och! wist gij, hoe veel berouw ik er over heb. —

Vad. Ik beklaag u, mijn Kind! — Dach gaa opregt te werk, en zeg mij Wat gij gedaan hebt.

Fr.-Dat zal ik doen, Vaderlief! — Och! ik ben u niet gehoorzaam geweest, ik heb met fteenen geworpen. Gisterea avond, —• eerst was ik zo regt vergenoegd en blijde, — ik begoot de bloemen, ik fneed ftokjes en bond de tulpen en de Hyacinthen daar aan vast, — en toen ik dit een en ander gedaan hadt, ik weet zelf niet, hoe ik

er

Sluiten