Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

er toe kwam, — viel mij te binnen, om met een flingerftokje te fpeelen; Ik vervaardigde hetzelve, — ik (lingerde met een (teentje — en .. .

Vad. ... Gij hebt een ruit ingegooid; — niet waar?

Fr. ... Och ja!... en was het maar niet juist een ruit geweest van die arme Schoenmaaker ...

Vad. Dat is het minst, gij kunt dien man de fchade betaalen; — maar, dat Gij zo ver uwen pligt kondt vergeten, en, tegen mijn gebod aan, met fteenen wierpt?

Fr. Ja Vaderlief! maar dit is het nog niet al. — Niets fpijt mij meer, dan dat ik naderhand uwen

raad niet gevolgd ben, ■ Toen ik hoorde ,

dat ik een glas gebroken had , verfchoot ik , en nog meer, toen de man zelfs te voorfchijn kwam, en zo hard begon te fchreeuwen , toen wierd ik nog meer bevreesd, ik verfchuilde mij. —

Vad. Wel foei, Fransl hoe kondt Gij daar toe befluiten? en dus weet de man nog niet, dat Gij het zijt, die . . .

Fr. Och ja, Vaderlief! hij weet dit, maar dat wist hij in het eerst niet , en meende, dat zijn Zoon, die daar digt bij was, dit gedaan hadde, —< en die arme jonge . ..

Vad. Kreeg dan waarfchijnlijk Hagen — nietwaar ?

B Fr.

Sluiten