Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *3 )

dat hij hen, voor hunne gunstige en zagte behandeling, hartelijk dank gezegd hadde, verliet hij hen , ten einde terftond dat beledigde, en door deszelfs vader mishandelde knaapje, optezoeken.

Terwijl hij naar beneden wil gaan, hoort hij aan de trap roepen , „ Frans, zijt gij daar?" 't wat Lifette, die zo even van de Metzelaars vrouw terug gekomen was. Frans herkende terftond haare ftem. „ Ja, lieve Zuster (zeide hij) ik ben 'tl" —

Lis. Wacht wat (met vliegt zij de trap op) ik heb u wat te zeggen.

Nader komende , ontdekt zij , dat zijn oogen rood waren , en hij geweend hadt ; doch daar hij een meer vrolijk dan treurig gelaat vertoonde, wist zij niet, of zij hem eerst vraagen zou naar de oorzaak zijner droefheid, of naar de reden , waarom zij naar hem hadt moeten wachten. — Het medelijden zegevierde in 't einde — Gij hebt gehuild, Frans < wat deert U ?

Fr. O! Iaat mij gaan, lieve Lifette; «— alles i« in orde, als ik terug kom, zal ik u alles verhaalen. — Met een wilde hij de trap aflopen.

Lifette hieldt hem op. — Slechts een oogenblik, zeide zij; — daar ftaat een kleine knaap beneden bij de deur, die naar u vraagt.

Fk. Ja, juist dezelfde: — die is het — en nu wilde bij wederom voordgaan*

B 4 Neenl

Sluiten