Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter te hebben. — O, die vrouw prijst haaren man zo fterk! - het moeteen braaf, ftil, arbeidzaam menseh zijn. —

Moed. Wij kennen die menfchen te weinig. Kindlief — 't zou misfchien kunnen gebeuren, in. dien die menfchen waarlijk zijn, 't geen zij fchij. Den.

Lis. O, hoe lief zou dat zijn. Ik kon van die vrouw veel leeren. De kinderen zijn zo aardig en goed; ~ ik zou er mede fpeelen — die vrouw zou ook zo blijde zijn. - Lieve Vader! Gij fpreekt er in t geheel niet van, och! ik bid U; doe dat toch. —.

Vad. Ik ben het met uwe moeder volkomen eens. Eerst moeten wij zien, of die menfchen waarlijk zo goed zijn: en is dat zo, en dat wensch en hoop ik van ganfcher harte, dan beloof ik U, dat niemand anders, dan zij, dat wooningje hebnen zullen. Lis. Ja, Vaderlief! braaf zijn zij voorzeker. —'.

hartelijk dank voor uwe goedheid Met een

fprong zij van blijdfchap wel drie voeten hoog, en omhelsde haare beide Ouders regt hartelijk, als'hadde zij de grootfte weidaad ontfangen.

In de daad ontdekte men, in 't vervolg, dat de. ze beide menfchen verdienden, om onderfteund te worden. Binnen weinig weeken betrokken zij dajvooningje, aan Lifme't Ouders toe beboerende,

«8

Sluiten